
CROW 400
Voordat je kunt starten met graafwerkzaamheden, moet je weten waar je in werkt. Is de bodem verdacht of niet, en welke maatregelen horen daarbij volgens de CROW 400-richtlijn?
In de praktijk betekent dit dat je altijd een NEN 5725-vooronderzoek moet uitvoeren en aantoonbaar moet maken welke bronnen zijn geraadpleegd, of de locatie verdacht is en welke veiligheidsklasse van toepassing is.
Deze verantwoordelijkheid ligt nu volledig bij de werkvoorbereider of projectleider. Je moet zelf verschillende informatiebronnen samenbrengen, zoals historische data, bodemrapporten, kaarten en input van externe bureaus. Die informatie is versnipperd en kost veel tijd om te verzamelen en correct te interpreteren.
Het gevolg is veel handmatig uitzoekwerk, geen direct overzicht en afhankelijkheid van externe partijen. Vaak volgt alsnog aanvullend of fysiek bodemonderzoek om zekerheid te krijgen. Dit leidt tot vertraging in de voorbereiding, onnodige kosten door conservatieve keuzes en inefficiëntie in het proces.
De kern van het probleem is dat je zelf regie voert over een gefragmenteerde informatiestroom én de vertaalslag moet maken naar concrete maatregelen.
Met de geïntegreerde CROW 400-module pak je dit anders aan. Je krijgt automatisch een NEN 5725-Quickscan, direct inzicht in bodemrisico’s op basis van de projectlocatie, één geïntegreerd overzicht en meteen de juiste veiligheidsklasse.
Is extra onderbouwing nodig, dan kun je direct een aanvullende rapportage aanvragen met inzicht in alle geraadpleegde bronnen en een transparante onderbouwing van de conclusie. Zo kun je in veel gevallen onnodig uitzoekwerk en fysiek bodemonderzoek voorkomen, mits de uitkomst wordt vertaald naar een passend V&G-plan en de juiste maatregelen.
Het resultaat: sneller starten met je project, minder afhankelijkheid van externe bureaus, lagere kosten en volledige regie over je onderbouwing. Van versnipperde informatie en onzekerheid naar een geïntegreerd en voorspelbaar proces.





